Nieuws

Trainingen voor het ontwikkelen van standaarden en richtlijnen missen nogal eens de blik vanuit de patiënt. Voor haar promotieonderzoek aan de Universiteit van Maastricht (onder andere in samenwerking met Patiëntenfederatie Nederland) brengt Chloé de Mortier in kaart hoe het patiëntenperspectief terugkomt in bestaande trainingen en ontwerpt een nieuwe landelijke training voor het ontwikkelen van standaarden en richtlijnen, mét patiëntenperspectief. Om die training goed in te richten zoeken we inbreng. 

Ben je als patiëntvertegenwoordiger betrokken geweest bij de ontwikkeling van richtlijnen of standaarden dan willen wij je vragen om een vragenlijst in te vullen. Deel je ervaring in 10 tot 15minuten. De antwoorden worden geheel anoniem verwerkt. Invullen kan door hier te klikken tot 1 december. 

Meer informatie over het onderzoek is hier te vinden.

Bedankt voor jullie input!

De meeste mensen weten wel dat ze zich in de zomer goed in moeten smeren. Maar de straling kan ook erg schadelijk zijn als de zon niet op zijn hardst schijnt, terwijl niet iedereen zich hier goed tegen beschermt. Wel of niet smeren? Lees het artikel van Radar.

De impact van een litteken wordt door zorgverleners vaak onderschat, terwijl het uiterlijk van een litteken na een operatie voor de meeste patiënten een grote zorg kan zijn. De littekens die patiënten met huidkanker overhouden na een chirurgische ingreep zorgen vaak voor angstklachten, bezorgdheid en stress. Dit kan de kwaliteit van leven beïnvloeden.

Hoe ontstaan littekens?

Wanneer de diepere huidlagen beschadigd raken, resulteert dit altijd in een litteken. Om te begrijpen hoe het litteken het best kan genezen, is het goed om te weten hoe het wondgenezingsproces in zijn werk gaat. Als alleen de bovenste huidlaag beschadigd is, bijvoorbeeld bij een schaafwond, dan herstelt de huid zich meestal probleemloos en onzichtbaar. Bij een chirurgische ingreep zijn de diepere huidlagen beschadigd hierdoor zal de wond verschillende fasen moet doorlopen om te kunnen genezen.

De eerste fase van de wondgenezing is de zogeheten hemostase, dit betekent letterlijk bloedstolling. Deze fase begint onmiddellijk na het ontstaan van de wond. Waarbij de bloedvaatjes zich vernauwen waardoor veel bloedverlies kan worden voorkomen. Uiteindelijk zorgt de bloedstolling voor een prop van bloedplaatjes waaruit de korst voortkomt. Hierdoor zal de wond snel gesloten worden.

Als de bloeding onder controle is zal na 48-72 uur de ontstekingsreactie, ook wel inflammatiefase, volgen. In deze fase zal de wond rood gaan kleuren doordat de vaatjes zich nu juist weer gaan verwijden. Er komen afweercellen op de wond af en deze gaan alle bacteriën opruimen.

Na ongeveer 2 à 3 dagen begint de derde fase waarbij het weefsel zich herstellen, dit wordt de proliferatie fase genoemd. Er worden nieuwe bloedvaten aangelegd, nieuw bindweefsel aangemaakt en de bovenste huidlaag wordt opnieuw gevormd.

Dit nieuwe weefsel, ook wel granulatieweefsel genoemd, bevat belangrijke groeifactoren en nieuwe bloedvaten. Dit wordt de bodem van de wond vanuit waar de wondranden naar elkaar kunnen toegroeien. Dit is cruciaal voor het wondgenezingsproces

De laatste fase begint na 21 dagen en duurt vaak een jaar maar kan langer duren (zelfs wel tot 19 maanden). Dit is de remodelleringsfase. In deze stap wordt het granulatieweefsel vanuit de vorige fase vervangen door littekenweefsel. Het litteken zal minder rood worden naarmate de tijd vordert doordat de bloedvaatjes niet meer nodig zijn en zullen verdwijnen.

 

Er zijn verschillende soorten littekens. Elk litteken heeft zijn eigen kenmerken:

Onrijp litteken

Een onrijp litteken kan zich uiteindelijk vormen tot alle soorten littekens. Het is belangrijk om te weten dat als een litteken nog niet volledig is uitgerijpt het de volgende tekenen kan vertonen:

  • (Licht)rood van kleur
  • Iets verheven
  • Soms pijnlijk en jeukend (dit neemt af!)

Normaal litteken

  • Lichtere tot normale huidskleur
  • Vlak (niet verdikt of verheven)
  • Vaak een streepje

Verkleefd litteken

Een verkleefd litteken kan ontstaan doordat er te veel spanning op de huid staat waardoor de wond niet goed kan sluiten. Het litteken is verkleefd met de onderlagen van de huid, spieren of botten.

  • Verschuifbaarheid is verminderd
  • Plooibaarheid is verminderd
  • Bewegingsbeperking
  • Het litteken kan zich samentrekken en is kleiner dan oorspronkelijke trauma

Hypertrofisch litteken

Bij een hypertrofisch litteken wordt er te veel bindweefsel (collageen) gevormd. Een hypertrofisch litteken geeft meer klachten dan een normaal litteken. Om een hypertrofisch litteken te voorkomen of te herkennen is het belangrijk alert te zijn op de volgende kenmerken:

  • Rood tot paars van kleur
  • Verheven waarbij de groei beperkt blijft tot de wondranden
  • Pijnlijk en evt. jeukend
  • Temperatuur verhoogd, voelt warmer aan dan omliggende huid
  • Kan verkleefd aanvoelen
  • Vaak op gewrichten en/of bot

Keloïd litteken

Een keloïd is te vergelijken met een hypertrofisch litteken maar er is een belangrijk verschil:

  • Het litteken groeit buiten de oorspronkelijke grenzen van de wond
  • Komt vaker voor bij de donkere huid 
  • Kan na sluiting van de wond, maar ook na enkele jaren gebeuren
  • Wordt vaker gezien op bepaalde locaties zoals de borst, oorlel, achterhoofd of nek
  • Vaak genetisch bepaald

Atrofisch litteken

Een atrofisch litteken komt minder vaak voor na een chirurgische ingreep. Een atrofisch litteken heeft de volgende kenmerken:

  • Ligt verzonken in de huid
  • Dun, zacht, soepel
  • Fijn rimpelig, meer doorschijnend
  • Alsof het elk moment kan scheuren

Algemene adviezen

Een litteken ontstaat nadat de huid is beschadigd. Een litteken zal nooit meer verdwijnen maar kan wel minder opvallend worden gemaakt. 

  • Een litteken heeft vocht nodig om te herstellen. Door het aanbrengen van een zalf of crème blijft uw litteken soepel.
  • Door tweemaal daags, na het aanbrengen van een zalf of crème, het litteken voor 10 minuten voorzichtig te masseren blijft de huid soepel en zacht. Begin met littekenmassage 3 weken na de wondsluiting (in overleg met uw behandelaar of raadpleeg voor advies een huidtherapeut). Pas een lichte druk toe en werk met cirkelvormige bewegingen.
  • Bescherm het litteken voldoende tegen UV-straling door gebruik te maken van een zonnebrandmiddel met minimaal SPF 30. Dit is noodzakelijk om donkere verkleuring (hyperpigmentatie) te voorkomen. Door direct zonlicht zal er een verhoogde pigment afzetting ontstaan waarbij de aangedane huid donkerder verkleurd dan de rest van de huid.

Daarnaast is de huid barrière aangetast waardoor het litteken gevoeliger is voor verbranding.

  • Een litteken kan ook lichter van kleur zijn dan de omliggende huid, dit wordt hypopigmentatie genoemd. Hiervoor kan camouflagetherapie worden toegepast door een huidtherapeut.
  • Vermijd de eerste weken zware inspanning of activiteiten zoals sporten zodat er niet te veel spanning op het litteken komt te staan. Dit kan leiden tot complicaties zoals een verkleefd litteken.

 

Geschreven door Tamar van Houtert, Babette Wessels en Ashley van Thiel (Studenten huidtherapie)

Hieronder in een overzicht:


Staat je vraag hier niet tussen?
Neem dan contact met ons op en we proberen je vraag zo snel en zo gedegen mogelijk te beantwoorden.


Sportschoolketen Fit For Free heeft besloten alle zonnebanken uit hun sportscholen weg te halen. Daarmee reageert de keten op de oproep die dermatologen en huidkankerpatiënten vandaag deden. Fit For Free heeft in totaal 92 vestigingen door het hele land. Lees verder bij Hart van Nederland.

Basaalcelkanker, de meest voorkomende vorm van huidkanker, hoeft niet altijd direct verwijderd te worden. Het zogenaamde waakzaam wachten, waarbij een arts de tumor niet behandelt maar wel regelmatig controleert, kan voor sommige patiënten een goede optie zijn. 
Dat blijkt uit een publicatie in JAMA Dermatology van onderzoekers Satish Lubeek en Marieke van Winden en hun team van het Radboudumc.

Huid voorbruinen

Vaak wordt er gedacht dat we ons kunnen voorbereiden op UV-straling door nog even voor de vakantie onder de zonnebank te gaan. Nog even een kleurtje te krijgen zodat we niet zo snel verbranden wanneer we in het buitenland zijn of aan het strand gaan liggen. Maar is dit nou wel zo’n goed idee?

De functie van bruiner worden

Je lichaam heeft een prachtig beschermingsmechanisme door je pigmentcellen te activeren wanneer het in aanraking komt met UV-straling. Het krijgt via je huid een seintje dat er een ‘aanval’ op je cellen plaatsvindt, waarna de huid melanine (pigment) aanmaakt om zich te beschermen tegen nog meer UV-straling. Melanine kan namelijk straling absorberen om zo de genen die in de celkern liggen te behoeden voor schade. Dit melanine gaat aan de bovenkant van de cellen zitten om als een paraplu als het ware de cellen af te dekken.  Door de aanmaak van de melanine kleurt de huid bruiner. Daarnaast gaat het lichaam de buitenste huidlaag verdikken om zich extra te beschermen. Helaas is het probleem niet opgelost door deze beschermingsmechanismen.

Type UV-straling

Zodra UV-straling de huid raakt ontstaat er dus een nuttige reactie. Maar er zit ook nog een verschil in de stralingen die de zon afgeeft. Zodra UV-B op de huid komt wordt er een waterval aan processen in gang gezet. Denk hierbij aan de vitamine D en endorfine aanmaak (waardoor je je gelukkiger voelt). Maar tegenover die positieve gevolgen van UV-B staan ook de negatieve gevolgen zoals roodheid, verbranding en het veranderen van je DNA samenstelling. De endorfines die worden aangemaakt na UV-straling kunnen zelfs verslavend werken waardoor je langer en meer zonlicht wilt hebben.

UV-A zorgt voor directe kortdurende bruining, die niet beschermt tegen UV-straling. Na blootstelling aan UV-A ontstaan er vrije radicalen waardoor onze bescherming tegen UV-straling  weer afneemt. Deze straling heeft als groot nadeel dat dieper in de huid geraakt en hier onze cellen kan beschadigen. Het kan daardoor onze huid sneller verouderen door het aantasten van het collageen en voor een verstoorde verdeling van het pigment zorgen, waardoor pigmentvlekken en rimpels ontstaan. Deze vrij radicalen blijven zich zelfs ontwikkelen enkele uren nadat je de zon uit bent gegaan.

DNA

Zoals besproken vindt er altijd DNA verandering en aanmaak van vrije radicalen plaats na blootstelling aan UV-straling, echter zal de huid door middel van ‘reparatie’ eiwitten dit proberen te herstellen. Dit natuurlijke proces ontstaat al zodra je huid aan UV-straling wordt blootgesteld, dus zelfs al voor je verbrandt. Als deze reparatie niet zorgvuldig uitgevoerd wordt, de hoeveelheid schade teveel is of je lichaam dit te vaak moet doen, dan kan er weleens een foutje ontstaan in het repareren van jouw DNA. Dit kan er toe leiden dat een mutatie, en mogelijk huidkanker ontstaat. Bij een geringe hoeveelheid UV-straling kan het lichaam dit meestal netjes herstellen. Echter hoe vaker en langer je blootgesteld wordt aan UV-straling des te meer vrije radicalen en daarmee gepaarde DNA schade je oploopt en de kans op een mutatie (en huidkanker) toeneemt. Dit geldt voor zowel de zonnebank als zonlicht. Bij een zonverbranding is de hoeveelheid UV-straling teveel geweest en heeft er veel huidschade plaatsgevonden. Hoe snel je verbrandt hangt af van o.a. de zonkracht die dag, het moment van de dag en uw huidtype.

Voorbruinen

Wanneer er van nature minder melanine in de huid aanwezig is, is de bescherming tegen UV-straling lager. Door zonnebanken, die vaak veel UV-A in verhouding tot UV-B bevatten, en door bruinen vooraf kan je deze natuurlijke ‘basis’ hoeveelheid niet verhogen. Enkel het beschermingsmechanisme van het lichaam wordt geactiveerd en huidschade vindt hierbij al plaats. De hoeveelheid UV-straling bij elkaar opgeteld kan de kansen op een mutatie verhogen. Een donkere huid heeft een hogere basis bescherming, maar kan alsnog verbranden en huidschade oplopen. Daarnaast is het zo dat bij roodharigen en hele lichte huidtypen er een kans bestaat dat het lichaam niet de mogelijkheid heeft om het juiste type melanine aan te maken die bruining geeft. Zij zullen nog sneller huidschade oplopen en kunnen verbranden.

Conclusie

We kunnen hierdoor concluderen dat het niet verstandig is om te zonnen of zonnebanken voor een vakantie om je voor te bereiden. Je loopt hiermee juist meer huidschade op. Het opvolgen van adviezen om je te beschermen tegen UV-straling blijft dé beste methode om huidschade te voorkomen.

 

 

Geschreven door: Kim van Ooijen, huidtherapeut

Bronnen:
Nguyen, N.T. & Fisher, D.E. (2017). MITF and UV responses in skin: From pigmentation to addiction.
Yardman-Frank, J.M. & Fisher , D.E.(2020) Skin pigmentation and its control: From ultraviolet radiation to stem cells.

Een plaveiselcelcarcinoom, ook wel plaveiselcelkanker genoemd, is een vorm van huidkanker. Het is een kwaadaardig plekje op de huid. Het bevindt zich in de bovenste laag van uw huid, ook wel de opperhuid genoemd.  

Ongeveer 1 op de 15 mensen in Nederland krijgt in zijn/haar leven één of meer plaveiselcelcarcinomen. Deze vorm van kanker komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, en de kans er op neemt toe met de leeftijd.

De kans op het krijgen van een plaveiselcelcarcinoom is daarnaast groter wanneer:

  • uw huid jarenlang veel blootgesteld is aan zonlicht
  • uw huid veel is blootgesteld aan straling van hoogtezon, zonnebank of solarium
  • uw huid vaak door de zon is verbrand
  • u een lichte huid heeft, met lichte ogen, sproeten en lichtblond of rood haar
  • u jarenlang medicijnen heeft gebruikt of nog steeds gebruikt die uw afweer remmen

Hoe ziet een plaveiselcelcarcinoom eruit?

Een plaveiselcelcarcinoom kan er verschillend uit zien. Het kan eerst een bleekroze, ruw knobbeltje zijn dat langzaam groter wordt. Maar, het kan er ook uit zien als een niet genezend, makkelijk bloedend, klein wondje dat langzaam groter wordt, of als een ruwe of een verhoornde plek. Een plaveiselcelcarcinoom doet soms pijn.

plaveiselcelcarcinoom

Er bestaan ook huidafwijkingen die soms een plaveiselcelcarcinoom kunnen worden. Het is dan ook belangrijk om deze huidafwijkingen ook te (laten) behandelen. Deze twee huidafwijkingen zijn:

  • Actinische keratose = huid- of roze kleurige, eczeemachtige, ruwe, schilferige plekjes.
  • Huidziekte van Bowen = ook ruwe en schilferige plekjes en wederom wat roder dan de gezonde huid er omheen.

Waar komt een plaveiselcelcarcinoom voor?

Plaveiselcelcarcinomen komen vooral voor op plekken op de huid die jarenlang aan zon blootgesteld zijn, zoals het gezicht, de hals, het (kale) hoofd, de onderarmen en de handen.

De grootste kans op het krijgen van een plaveiselcelcarcinoom hebben mensen met een lichte huid (ook wel huidtype I genoemd), die veel UV-straling op de huid hebben gehad. Lees hier meer over verschillende huidtypen. 

Uitzaaiingen

Het gebeurt niet vaak, maar een plaveiselcelcarcinoom kan uitzaaien. Het kan uitzaaien naar de lymfeklieren of naar andere plekken in het lichaam.

Onderzoeken bij plaveiselcelcarcinoom

Vaak is de huisarts de eerste persoon die het verdachte plekje onderzoekt. Hij of zij verwijdert hiervoor bij twijfel met een biopteur (dit ziet eruit als een soort mini appelboortje) een klein stukje uit het plekje: een biopsie. Dit stukje weefsel, ook wel het biopt genoemd, gaat vervolgens naar het laboratorium voor onderzoek. De patholoog onderzoekt dan het stukje huid onder de microscoop en stelt vast of het om een plaveiselcelcarcinoom gaat.

De huisarts neemt niet altijd zelf een biopt. Soms verwijst de huisarts u meteen door naar de dermatoloog – een arts die is gespecialiseerd in huidziekten en ook wel huidarts wordt genoemd – zonder zelf eerst het plekje te laten onderzoeken.   

Wanneer de arts een opgezette lymfeklier voelt tijdens het lichamelijk onderzoek, dan volgt er nog een echografie. De arts kan hiermee onderzoeken of het om een uitzaaiing gaat of niet. Na de echografie kan nog een CT- of een MRI-scan nodig zijn.

Behandeling en bijwerkingen

Een plaveiselcelcarcinoom kan bijna altijd helemaal verwijderd worden door de huisarts of de dermatoloog. Behandelen is belangrijk, want een plaveiselcelcarcinoom kan dieper de huid in groeien en spierweefsel, kraakbeen en/of bot aantasten.

Operatie

De meest voorkomende behandeling bij een plaveiselcelcarcinoom is een operatie. De huisarts of de dermatoloog snijdt daarbij, onder lokale verdoving, het plekje weg. Hierbij snijdt hij of zij ook een randje van de gezonde huid mee.

De patholoog onderzoekt dit stukje huid vervolgens weer en kijkt of er nog kankercellen in de snijrand zitten. Is dit het geval, dan moet er nog een tweede operatie volgen. De arts snijdt dan rond het wondje nog een extra randje huid weg.

Na de operatie wordt de wond gesloten door de arts. Het kan voorkomen dat de wond te groot is, of dat er te weinig rek in de huid zit om de randen van de wond bij elkaar te krijgen. De arts kan er dan voor kiezen om omliggende huid over de wond te schuiven (ook wel plastiek genoemd), of om ergens anders een stukje huid vandaan te halen om dat vervolgens op de wond te hechten (ook wel transplantatie genoemd).

Mohs’ chirurgie

Voor het verwijderen van huidkanker op het hoofd en in het gezicht kan worden gekozen voor Mohs’ chirurgie. Dit is een operatietechniek waarbij de arts, wederom onder lokale verdoving, het plekje krap weghaalt en zo min mogelijk gezonde huid wegsnijdt. Vervolgens wordt dit weefsel meteen onder de microscoop onderzocht.

Wanneer de kanker nog niet helemaal weg is, snijdt de arts weer een extra randje huid weg. Dit wordt ook weer meteen onderzocht. Zo gaat de arts verder tot er geen kankercellen meer worden gevonden onder de microscoop en de randen dus ‘schoon’ zijn. Op deze manier blijft de wond zo klein mogelijk en wordt er zo min mogelijk gezonde huid weggehaald. Deze behandeling is niet in alle ziekenhuizen mogelijk.

Bestraling

Is een operatie technisch niet mogelijk of zal dit ontsierende littekens opleveren, dan kan worden gekozen voor bestraling. Bestraling wordt soms ook gebruikt als aanvullende behandeling na de operatie.

Behandeling bij uitzaaiingen

Wanneer het plaveiselcelcarcinoom uitgezaaid is naar één of meer lymfeklieren, dan wordt door de arts de betreffende lymfeklier weggehaald, (vaak) samen met alle omringende lymfeklieren. Dit wordt gedaan om verdere verspreiding van de kankercellen te voorkomen. Het kan mogelijk zijn om na deze operatie het gebied ook nog te bestralen.

Wanneer het plaveiselcelcarcinoom is uitgezaaid naar andere plekken in het lichaam, dan kan er voor chemotherapie (of immuuntherapie) en/of bestraling gekozen worden. Het doel van deze behandeling is dan het voorkomen en/of verminderen van klachten als gevolg van de uitzaaiingen.

Na afloop van de behandeling

Controle

Aangezien een plaveiselcelcarcinoom kan terugkeren en omdat er nieuwe plekjes kunnen ontstaan, is het vaak nodig om na de behandeling nog 5 jaar lang onder controle te blijven bij de dermatoloog. De arts controleert dan telkens de operatieplek, maar kijkt ook naar de huid op de rest van uw lichaam, om te controleren of er niet op andere plekken nieuwe verdachte plekjes zijn ontstaan. 

Naast dat u onder controle blijft bij de dermatoloog, is het goed om ook zelf de huid goed in de gaten te blijven houden. Dit hoeft u niet elke dag te doen, maar wel wordt aangeraden om eens in de 3 maanden te kijken of de huid veranderd is. Vraag hierbij aan iemand anders om de stukken huid te controleren die u zelf niet goed kunt zien. 

Wat kunt u zelf verder doen?

Naast het zelf goed in de gaten houden van de huid is het belangrijk om u altijd goed tegen de zon te beschermen. Gebruik hiervoor elke dag een dagcrème met (minstens) factor 15 en zorg dat u niet te veel in de zon komt. Komt u op een dag wel veel in de zon, smeer u dan regelmatig in met zonnebrandcréme factor 30 of 50. Probeer daarnaast zo veel mogelijk een hoed te dragen wanneer u in de zon komt.  Lees hier meer over goede bescherming van de huid.

 

Geschreven door Nadia Kamming (arts-onderzoeker dermatologie) 

Bronnen:
www.kanker.nl/basaalcelcarcinoom
www.thuisarts.nl/basaalcelkanker